Sensorische informatieverwerking

Wat is Sensorische Informatieverwerking?

Problemen in de sensorische informatieverwerking kunnen zich op velen manieren uiten. Het kind kan hyperactief zijn of juist weinig bewegen en snel moe worden. Bij sommige kinderen zie je juist een afwisseling tussen hyperactief en inactief zijn. Storingen in de grove en fijne motoriek komen vaak voor en kunnen ook leiden tot spraak problemen en moeilijkheden met leren. In hun gedrag kunnen kinderen impulsief zijn en snel afgeleid worden. Ook kunnen ze moeite hebben om activiteiten te plannen en organiseren. Sommige kinderen kunnen erg heftig reageren op nieuwe situaties met frustratie, agressie en teruggetrokkenheid.

Sensorische informatieverwerking is het proces waarbij we als kind leren om allerlei prikkels te onderscheiden en te plaatsen. Dit proces begint al voor de geboorte. Het leert ons om allerlei prikkels te begrijpen en met elkaar in verband te brengen. Als dit bij een kind echter niet goed verloopt, kan het problemen opleveren in de ontwikkeling, het gedrag en het leren van het kind. Sensorische informatieverwerking richt zich hoofdzakelijk op drie zintuigen: de tastzin, het evenwichtsgevoel, en het standsgevoel.


De tastzin bestaat uit het waarnemen van aanraking, pijn, temperatuur en druk op onze huid. Deze signalen bepalen in grote maten hoe we onze omgeving ervaren en beschermen ons tegen gevaren, zoals bijvoorbeeld vuur. Als de tastzin gestoord is kan dit betekenen dat deze signalen te zwak of te sterk worden ervaren. Als de tastzin niet goed werkt uit dat zich in niet aangeraakt willen worden, de weigering om bepaalde soorten voedsel te eten, bepaalde kleren niet willen dragen. Ook kan het voorkomen dat het wassen van het gezicht als vervelend wordt ervaren, of een hekel aan vieze handen. Het kan ook tot gevolg hebben dat aanraking en pijn verkeerd worden uitgelegd, wat kan leiden tot afzondering, geïrriteerdheid, snel afgeleid zijn en hyperactiviteit.

Het evenwichtsgevoel ontstaat door het evenwichtsorgaan wat zich in het binnenoor bevindt. Het neemt de stand van het hoofd en hoofdbewegingen waar. Storingen aan het evenwichtsgevoel kunnen zich op twee manieren uiten:

– Kinderen met een overgevoelig evenwichtsgevoel hebben een hekel aan schommelen, schuitje varen, naar beneden glijden, trap op en af gaan, hekel aan onregelmatige oppervlakten (angstreacties!) of kunnen onhandig overkomen.

– Kinderen met een ondergevoeligevenwichtsorgaan zoeken juist allerlei intense bewegingservaringen op (druk bewegen, springen en rondtollen).

Standsgevoel (propriocepsis) is het gevoel waarbij we onbewust de stand van onze ledenmaten weten zonder die te zien. Het standsgevoel geeft onze hersenen de signalen die het mogelijk maken om in een stoel te zitten en gemakkelijk ergens over heen te stappen. Het helpt ons ook om te kunnen schrijven met een pen, soep te eten met een lepel en knopen vast te maken. Dat het standsgevoel niet goed werkt uit zich in onhandigheid, een neiging om vaak te vallen, het aannemen van ongebruikelijke houdingen, het als kind niet willen kruipen en/of op een slordige manier eten. Problemen met het standsgevoel hebben ook invloed op het uitvoeren van motorische taken.

Voorbeelden van kinderfysiotherapeutische hulpvragen die een relatie hebben met sensorische informatieverwerking zijn:

  • De dagelijkse verzorging verloopt anders. Het kind is overgevoelig tijdens het wassen/ haren knippen/ tanden poetsen.
  • Kind valt/ stoot/ struikelt vaak.
  • Hyperactief bewegingsgedrag of juist weinig bewegen en snel moe worden.
  • Moeite hebben om motorische activiteiten te plannen en te organiseren.

Voor meer informatie over Sensorische informatieverwerking kunt u kijken op www.nssi.nl of contact met ons opnemen.

Uniek logopedieWe hebben een mooie samenwerking met Uniek Logopedie. In samenwerking kunnen we problematiek in de prikkelverwerking algeheel (motoriek) en in het mondgebied (spraak-taal en eten-drinken) tegelijk aanpakken.